|
Vakantie 2005
Samenvatting: prima vakantie, heel aardig weer, tent goed bevallen, kinderen vermaakten zich, toffe fietstocht gemaakt, uitgerust… dat doen we wel een andere keer.
Tsja, we vertrutten meer en meer. Om allerlei goede redenen hebben we tweeënhalve week op dezelfde camping gestaan, Au Bois Joli. Een camping met grotendeels Hollanders nog wel. Maarja, verder was het een ruime camping met grote bomen tegen een helling aan de rand van een bos met uitzicht over de gouden heuvels van de Bourgogne. We stonden aan de rand van een bloemenveld. Het gros van de kampeerders deed het in tenten, die toch wat leuker tussen de bomen ogen dan witte caravans. Er was een zwembadje voor groot en klein. Dus wat wil een mens nog meer?
Een mens wil zonnewarmte. En dat hadden we net genoeg. Strakblauwe luchten en wolkenvelden wisselden elkaar af binnen de dag. Maar meestal was het korte broekenweer. Goed genoeg om niet verder te hoeven trekken. De grote stad Auxerre iets verderop is nog wel in het Nederlandse nieuws geweest vanwege het verwoestende noodweer daar. Bij ons was het noodweer alleen maar leuk. Het noodweer leverde wel een paar fikse plassen op, die nog wat scheve ogen op de camping veroorzaakten. Met mijn uiteindelijke goedvinden mochten de meiden zich te buiten gaan met hun laarsjes en hun korte broekjes in het modderwater. Twee springende varkentjes. Waar een rijtje keurige kinderen naar stond te kijken…
Toch hoorden we gelukkig meestal vertederend praten over onze schreeuwlelijkerds. Vooral hun ochtend-act was goed. Voor het ontbijt, met de pyjamaatjes nog aan, daalden ze af van ons hoge plekje over de lange laan naar de ingang van de camping. Ze liepen vlak naast elkaar, met tussen hen in een heel klein rood voile zakje met twee touwtjes eraan waarvan ze er elk eentje vasthielden. In dat rode zakje zaten centjes voor het brood. Ver achter elkaar aanlopend keerden ze naar boven terug, druk bezig vat te krijgen op de harde buitenkant van de stokbroden. Ook van het stokbrood snoepen, mochten niet alle kinderen, wat we zo goed wisten omdat ze allemaal Nederlands waren. Vroeger waren we bij zoveel gele nummerplaten gelijk naar de volgende camping gereden (zo’n ‘saaie’ municipal met alleen maar Fransen). Maar nu bleven we. Leuk voor de kinderen, want ze kregen gelijk vriendjes en vriendinnetjes. Zoals Hella (5) en Sebastiaan (3) tegenover ons en later de 9-jarige Lisa, wiens moeder op een ochtend vroeg wat ze tot nu toe het leukste van de hele vakantie had gevonden. “Spelen met Loortje,” was na lang nadenken haar antwoord. Badmintonnen met een buurman die Hollands praat, gaat ook vlotter want dan kun je zelf tellen dat je al VIJF keer naar elkaar hebt overgeslagen! En dan die andere buren in die wigwam, die niet konden leven zonder vuur en het hier dan maar in een soort bierkrat stookten en mij daar helemaal toe aangezet hebben, die buren waren ook de moeite waard. Net zoals de ouders van Hella en Sebastiaan en Lisa enzo. Ja, het ontmoeten van inspirerende mensen was een heerlijke kant van deze vakantie. En toch net iets eenvoudiger in het Hollands.
Overigens hadden de kinderen het met Franse buurtjes waarschijnlijk even leuk gehad. Twee dagen voor we vertrokken kregen we opeens Franse buren met twee kopietjes van Steffie en Lore, maar dan met zwart haar. Steffie stond ze vreselijk aan te gapen terwijl ze hun tent opzetten en kwam toen naar me toe: Mamma, leer me eens even Frans. Ik vroeg: wat wil je leren? Ze zei: Nou gewoon, alles wat je tegen elkaar kunt zeggen in het Frans! Toen zijn we een spoedcursus Frans gestart. Na een dag durfde ze wel even met de meisjes te spelen, zonder iets te zeggen, en toen gingen we weg. De cursus Frans is inmiddels wat verwaterd. Lore is trouwens ook veel beter gaan praten tijdens de vakantie, maar dan gewoon in het Nederlands. Of beter gezegd het Loriaans. En ze wordt steeds bozer als je haar niet begrijpt. Dan gaat ze druk met haar armen slaan en harder praten en duidelijker articuleren, van woorden die wij dan helaas nog steeds niet altijd verstaan. Steffie dient gelukkig vaak als tolk. Dat boze kwam in de vakantie misschien ook deels doordat ze ’s middags niet meer sliep. Dat lukte niet in de tent. Dus werd er regelmatig een kind in de auto gezet met ramen en deuren dicht om daarbinnen uit te tieren. Helaas kunnen ze de ramen ondertussen ook naar beneden draaien. Ook was het wat verwarrend dat ze eigenlijk echt niet in de auto mochten spelen (omdat vooral Lore alles sloopt). Toch leken ze er-niet-in-mogen en er-niet-uit-mogen goed uit elkaar te houden.
’s Nachts werd er ook een paar keer flink gekrijst door Steffie, die dan waarschijnlijk een nachtmerrie had. Door lief doen komt ze daar niet uit, zodat de halve camping midden in de nacht getuige moest zijn van een boos familietafereel. Dat is echt een nadeel van een tent. Verder is de nieuwe tent uitstekend bevallen. Niet te heet als het heet was en een ruime speelruimte bij regen. Alleen het opbreken en netjes opbergen viel me vies tegen: zwaar en langdurig. Dan kun je toch beter zo’n polyester doekje in een zak proppen!
Of we nog wat ‘gedaan’ hebben al die tijd? Niet overdreven veel, maar ook niet niks. Voor Leon en mij was het hoogtepunt van de vakantie ons fietstochtje richting Auxerre. Net zoals we vorig jaar naar de Zuid-Franse rivier de Lot waren gereden omdat die een vlakke weg langs z’n oever heeft lopen, zo waren we nu naar dit gebied gekomen vanwege het kanaal de Nivernais waarlangs een befietsbaar trekpad loopt. En een vlak traject heb je wel nodig als je 14 plus 12 plus 15 kilo achter je aantrekt. We hadden een kaartje met alle hotelletjes langs het kanaal en we hadden ons voorbereid met kadoboekjes en snoepjes, en samen met een ijsstop zouden we wel zien hoe ver we konden komen. Dat werd vijftig kilometer ver, een heerlijke tocht bij zonnig weer door een lieflijk gebied langs talloze sluisjes die met de hand werden bediend door de vele vakantiebootvaarders. Steffie had het spannende vooruitzicht weer in een echt hotel te slapen, net als vorig jaar. Dat dat uiteindelijk een chambre d’hôte werd, was even een teleurstelling tot ze de mooie roze kamer en het roze dekbed zag. En eigenlijk was de hele ambiance in de grote oude wijnboerderij Domaine Borgnat ook voor haar toch wel erg indrukwekkend. We konden nog net even zwemmen voor we aan tafel mochten mee-eten en meedrinken, want de wijnboer wilde ons natuurlijk naar huis sturen met een paar doosjes wijn achter op de fiets. Het was allemaal even gezellig, lekker en leuk, hoewel Lore in een restaurant nog geen groot succes is. De terugweg, met één flesje wijn, verliep ook aardig goed hoewel het erg heet was. Maar dat gaf de kinderen het vooruitzicht van een verkoelend zwembad!
Dat zwemmen was voor Steffie een hoogtepunt. Steffie was apetrots dat ze uiteindelijk zelf kon ‘zwemmen’ over de hele lengte van het diepe bad met alleen twee zwembandjes om haar armen. Fietsen was een pijnlijker onderwerp. Fietsen zonder zijwieltjes lukte niet goed op de camping en vanwege de forse helling wilden we die wieltjes er ook liever niet onderzetten omdat Lore ook op die fiets stapt, maar absoluut nog niet kan remmen… De laatste paar dagen heeft de fiets toch weer zijwielen gekregen en heeft Leon helemaal met haar naar de supermarkt in het dorpje Coulanges gefietst: 5,6 kilometer door licht glooiend landschap. Leon doodmoe van het oppassen en activeren maar Steffie was zo trots als een pauw. Op het sportieve vlak is een vakantie met kleine kinderen natuurlijk nooit hoogdravend. Toch zijn we nog twee keer met de fietskar langs het kanaal de andere kant op gefietst naar Clamecy en verder. En we hebben om de beurt wel eens een stukje alleen gepeddeld. We maakten drie miniwandelingetjes, deels met Lore in de rugdrager, die dat eigenlijk niet meer wil maar ook nog niet goed kan en wil lopen. Steffie en Lore hebben bovendien een nieuwe sport ontdekt: Steffie het vooruit badmintonnen, Lore hetzelfde achteruit. Steffie wilde al maanden ook een tennisracket, net als pappa. Dit kinder-badmintontennisracket vervulde die wens. De buurkinderen en –ouders, die halve professionals waren, werkten zeker stimulerend.
De vakantie bleek ook een minithema te hebben: ‘de bouw van een burcht’, een stuk in drie delen. Het eerste deel was een bezoek aan château Guédelon. Een fantastisch project waarin over een periode van zo’n dertig jaar een middeleeuws kasteel wordt gebouwd op middeleeuwse wijze. De steen wordt ter plekke uit de rotsen gehouwen. Het touw aan het mandje dat de stenen omhoog trekt, wordt zelf gedraaid en de manden worden gevlochten. De tegels in houtgestookte ovens gebakken. De bomen gekapt en verwerkt tot palen voor de steigers en planken voor de tredmolen die de stenen omhoog moet takelen. Een geweldig project waar zo’n 45 mensen aan werken en dat pas over ongeveer 23 jaar klaar is. Het zou leuk zijn elke vijf jaar eens langs te gaan. Na dit ‘kasteel’, waarvan eigenlijk nog maar één torentje is opgebouwd, bezochten we een andere dag een oud kasteel dat ze aan het renoveren waren omdat er niet veel van over was. Daarna vonden we dat Steffie ook recht had op een echt kasteel dat helemaal klaar was. We zochten een burcht die even stevig en stoer was als de twee halve kastelen die we hadden gezien; dat werd château Rattilly, een klein stevig kasteel met een groene binnenplaats dat heel veel rust en energie uitstraalde. Een superplek. Het thema was rond.
En toen was de vakantie alweer bijna voorbij. Lisa had een afscheidskadootje voor Lore geknutseld. En Steffie kreeg de laatste ochtend een heel speciaal afscheidskado van de campingeigenaar. Hij vertelde haar dat er al twee weken een pluche hondje lag te wachten op een nieuw baasje omdat de vorige eigenaar hem op de camping had vergeten en dat Steffie nu het nieuwe baasje mocht zijn. Het was een superzachte melancholisch kijkende hond, waar Steffie gelijk dol op was. Op weg naar de tent kreeg hij al een naam: Joli. Omdat de camping Au Bois Joli heette. Ze slaapt nu elke nacht met Joli. Het verhaal van de heenreis was niet erg leuk om dit vakantieverhaal mee te beginnen, maar het verhaal van de terugreis is niet al te veel beter. Toch hoort het erbij. We waren dit jaar naar de Bourgogne gegaan omdat Leon niet zo ver wilde rijden omdat je dan zo moe thuis aankomt. We moeten namelijk ’s nachts rijden want vele uren overdag met onze wurmen is meestal niet zo aangenaam. De enkele uren in de avond dat we vertrokken, waren dat ook inderdaad niet. Er werd enorm gekrijst en geprotesteerd de eerste uren, tot we er vrij gek van werden. Maar uiteindelijk konden we ook een paar uur in rust doorrijden. Tot we rond vier uur stopten, niet al te ver van de bestemming, om nog een paar uur in de auto te slapen. Maar dat wilde ons tweetal niet! Na een uur ben ik weer achter het stuur gekropen en heb met een slakkengang de resterende route gereden (tien keer om de rotonde) omdat de familie achterin al rijdend wel sliep. Tot ik om half zeven in Clamecy, een stadje niet ver van de camping, met de kinderen in hun pyama’s met laarsjes en jasjes een café ben binnengestapt voor un grand café au lait et deux chocolats, tussen de werkende mannen die snel even een krantje en een koffietje haalden voordat ze aan het werk gingen. Leon probeerde ondertussen met wat extra slaap weer goede zin te krijgen. De terugreis besloten we het dus anders te doen. De toch al kleine afstand van nog geen 700 kilometer werd in tweeën gedeeld. Maar het eerste deel verliep wederom niet geweldig: opnieuw werd er veel gezeurd en gehuild. We sliepen op een camping in de auto, wat in principe wel goed ging, behalve dat de kinderen weigerden te gaan slapen. De laatste ochtend verliep gelukkig tamelijk rustig. Tijdens de hele reis riep Leon dat we volgend jaar in Nederland blijven. We hebben de tent ook nog niet getest op flinke wind en kou, dus misschien komt er volgend jaar een verslag van Terschelling!
|